Standpunten
Dit is een discussiestuk binnen de afdeling en nog geen officieel standpunt!!!
Met excuses voor de opmaak dat zijn we nog aan het ontwikkelen :
Hoe eigendom beheren innovatie kan
frustreren
Niels de Vos
D66 Thema-afdeling EconomieSamenvatting en conclusie
Door de komst van het internet staat het auteursrecht onder druk. Een deel van de
rechtvaardiging van het auteursrecht was dat dit exclusieve recht de mogelijkheid geeft de
distributie te bekostigen, en dat het daarmee indirect de verspreiding van kennis en kunst
bevordert. Via het internet kan werk nu zonder kwaliteitsverlies met minimale kosten
wereldwijd verspreid worden. Het is niet wenselijk dat Nederland meegaat met de westerse
tendens om auteursrechten steeds langer te laten gelden, terwijl tegelijkertijd in Azië
auteursrechten nauwelijks worden erkend. De door internet afgenomen kosten van distributie
rechtvaardigen juist een veel kortere duur, en de westerse wereld zou zichzelf in een
achtergestelde positie plaatsen ten opzichte van de nu al sterk groeiende grote Aziatische
economieën.
Het auteursrecht moet uitsluitend ter bescherming van de auteur zijn, en zou niet
overdraagbaar moeten zijn aan derden. Het overdragen van auteursrecht aan ondernemingen
leidt tot een slechte rechtspositie voor de maker, remt innovatie in distributie en beperkt
verspreiding van kennis en cultuur. De overheid moet het handhaven van het auteursrecht niet
laten aanwenden om achterhaalde bedrijfsmodellen of falende markten in stand te houden: een
downloadverbod of internetbelasting is dus onwenselijk, en kan het ontwikkelen van nieuwe
succesvolle bedrijfsmodellen ontmoedigen.
Een breed geaccepteerd uitgangspunt bij het auteursrecht is “ere wie ere toekomt”. Het begrip
in de maatschappij voor auteursrecht zou tevens kunnen worden vergroot door het in lijn te
brengen met “redelijk gebruik” en een aanpassing van het citaatrecht hiervoor op een aantal
punten. Veel auteursrechtenschendingen komen voort uit (daadwerkelijke dan wel geveinsde)
onbekendheid met het auteursrecht. Op internet toegesneden wetgeving met voor burgers
begrijpelijke grenzen, brede voorlichting daaromtrent, en het in gang zetten van een denkproces
bij auteurs over andere licensievormen zoals Creative Commons, op basis van open-source of
in het publieke domein, is wenselijk. Dit alles kan de overdracht van kennis en cultuur ten goede
komen en de positie van auteurs en artiesten uiteindelijk verbeteren.
De uitwerking van de huidige octrooiwetgeving remt innovatie en beperkt een goede
marktwerking. Octrooien blijven ongebruikt om strategische redenen, omdat licensiekosten te
hoog zijn, worden opgekocht en ingezet in onderhandelingen tussen bedrijven. Het
oorspronkelijke doel was anderen de kans geven voort te bouwen op een vinding en
tegelijkertijd de kans krijgen de ontwikkelkosten terug te verdienen, nu wordt het vooral ingezet
om anderen de kans te ontnemen er op voort te bouwen. Innovatie komt veelal van nieuwe,
kleine ondernemingen en ook de netwerkeconomie is in opkomst. Deze nieuwe spelers kunnen
in het huidige speelveld zich nauwelijks ontwikkelen.
Ook hier zien we een westerse tendens naar langere termijnen terwijl de op twee na grootste
economie ter wereld China patenten en octrooien nauwelijks erkent. Dit plaatst het Westen nu
in een slechtere concurrentiepositie (zowel economisch als qua kennisontwikkeling), terwijl de
waarde van octrooien in de toekomst hierdoor uiteindelijk toch heel gering of zelfs niets zal zijn.
Het is daarom onvermijdelijk het huidige octrooisysteem in duur en reikwijdte af te bouwen, en
het is aan de overheid om te zorgen dat dit proces zorgvuldig en integer verloopt.
Bijna antiek
In 1912 werd de basis voor de huidige auteurswet gelegd, een tijd waarin het internet nog niet
bestond. Sindsdien zijn er veel nieuwe informatiedragers en distributietechnieken ontstaan, en
de snelheid waarmee informatie met beperkt kwaliteitsverlies kan worden overgenomen en
verspreid is door de stand van de techniek ongelimiteerd. Daarnaast is er, mede door de
technologische mogelijkheden, behoefte ontstaan om (delen van) creaties te hergebruiken om
te komen tot nieuwe eigen creaties.
Behoudens enkele kleine aanpassingen in de wet zijn de uitgangspunten nog steeds dezelfde als
in 1912. Voor tekstauteurs is er minder veranderd en functioneert de wet nog redelijk, maar
voor andere creaties zijn theorie en praktijk uit elkaar gegroeid. In het tweede deel worden een
aantal praktijkvoorbeelden genoemd die de media hebben gehaald. Maar naast de zaken die de
media halen, zijn er ongetwijfeld veel creaties en innovaties die niet tot stand komen door
toedoen van de huidige wet.
Het zou een goed streven zijn om toe te werken naar een Auteurswet 2012, waarmee de wet
na een eeuw weer wordt toegesneden op de hedendaagse maatschappij.
Hoe Willy Wortel advocaat werd
Oorspronkelijk waren octrooien bedoeld om uitvinders enerzijds de mogelijkheid te geven hun
vinding wereldkundig te maken zodat anderen er op kunnen voortbouwen, en hen anderzijds
de mogelijkheid te geven hun investeringen te gelde te maken.
In het huidige systeem lijkt de balans doorgeslagen en is een octrooi in veel gevallen een
instrument om anderen van toepassing of doorontwikkeling af te houden, respectievelijk voor
een ondoorzichtig tot stand gekomen prijspunt toe te staan, waarbij de maximale winst nogal
eens in de rechtszaal wordt gerealiseerd. Hoewel het aantal zaken dat de rechter bereikt gering
is, is alleen al de dreiging van een dispuut over een octrooi een rem op innovatie, zeker
wanneer dit octrooi in handen is van een grote onderneming.
Octrooien staan op de balans, worden ingebracht in stichtingen, worden verlangd door
investeerders, en er zijn bedrijven die nauwelijks nog innoveren maar voornamelijk bestaan van
het opsporen van mogelijke octrooischendingen en/of het uitnutten daarvan.
De zekerheid die een octrooi een uitvinder in Nederland kan bieden is ook beperkt. Tot 1995
werden octrooiaanvragen vooraf getoetst, sindsdien worden ze automatisch toegekend.
Hoewel er een onderzoek plaatsvindt bij aanvraag van een 20-jarig octrooi naar de nieuwheid
van een vinding, is de uitslag van dit onderzoek niet van belang voor de toekenning van het
octrooi, en kan gedurende de gehele looptijd de geldigheid van het octrooi in de rechtszaal
alsnog worden aangevochten. Pas na een uitspraak van een rechter, is de geldigheid van een
octrooi pas werkelijk vastgesteld. Dit moedigt een rechtsgang dan ook aan, en door de
financiële consequenties hiervan zullen individuele uitvinders en kleine bedrijven die strijd uit de
weg gaan. Dit terwijl historisch gezien de meeste innovatie komt van nieuwkomers in een markt,
niet van de grotere gevestigde ondernemingen.
Octrooien zijn hiermee meer en meer een financieel en juridisch instrument geworden dat
innovatie remt, dan dat ze de uitvinder beschermen en de technologische ontwikkeling dienen.
“Maar er was één dorp in Gallië”...
Moet het intellectueel eigendom in Nederland dan helemaal niet meer worden erkend om de
schaduwzijde hiervan weg te nemen? Omdat individueel eigendom aan de basis ligt van het
liberalisme, ligt het niet in de liberale traditie daarvoor te pleiten. D66 doet dat dan ook niet.
Sophie in ’t Veld: “Bescherming van intellectueel eigendom is belangrijk voor innovatie, maar
mag niet gebruikt worden als protectionistisch instrument om de snelle ontwikkelingen op het
gebied van software te ondermijnen.”
Internationale verdragen zouden een dergelijke ingrijpende eenzijdige maatregel van Nederland
ook in de weg staan. Daarnaast kan de bescherming van intellectueel eigendom werken als
instrument om maatschappelijk wenselijke ontwikkelingen te bevorderen, waarover later meer.
Hoewel afschaffing dus geen optie is, is inmiddels wel duidelijk dat een aanpassing noodzakelijk
is om de wetgeving op het gebied van intellectueel eigendom weer te laten functioneren op de
wijze zoals dit oorspronkelijk bedoeld was, innovatie te bevorderen en deze te laten aansluiten
bij de maatschappij van vandaag.
Artikel 1 Bescherming van eigendom
Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn
eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen
belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van
internationaal recht. De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het
recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt
om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen
belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.
Protocol (Nr. 1) bij het Europees Verdrag tot Bescherming
van de Rechten van de Mens en de Fundamentale Vrijheden
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van een ieder:
(a) Deel te nemen aan het culturele leven;
(b) De voordelen te genieten van de wetenschappelijke vooruitgang en de toepassing
daarvan;
(c) De voordelen te genieten van de bescherming van de geestelijke en stoffelijke
belangen voortvloeiende uit door hem verricht wetenschappelijk werk of uit een literair of
artistiek werk waarvan hij de schepper is.
Artikel 15, Internationaal Verdrag inzake economische,
sociale en culturele rechten, New York, 16-12-1966
In een ideale wereld zou nieuwe regelgeving op Europees of op wereldniveau tot stand komen.
Zeker in een wereld waar het elektronisch transport van media en transport van goederen
weinig tot geen grenzen meer kent. Maar net zo goed als de Verenigde Staten zonder de rest
van de wereld te raadplegen in 1982 de patentwetgeving ingrijpend heeft gewijzigd en China
zonder enige sanctie erg weinig doet om auteursrechtenschendingen en productie van
namaakartikelen tegen te gaan, kan ook Nederland een eigen koers bepalen. Dat is al eerder
gebeurd toen de Tweede Kamer in 1869 zelfs besloot de octrooiwetgeving geheel af te
schaffen, en in 1910 pas weer in te voeren. Nu is de open maatschappij van nu niet
vergelijkbaar met het protectionistische Europa van de negentiende eeuw, maar een
koerswijziging gaat ook minder ver dan geheel afschaffen. En als die nieuwe koers beter bij de
hedendaagse praktijk aansluit, zou die uiteindelijk als blauwdruk kunnen dienen voor wetgeving
in de rest van Europa, of zelfs Europese wetgeving (bijvoorbeeld voor het
Gemeenschapsoctrooi dat de Europese Commissie voor ogen heeft). Nederland zou als
handelsland en kenniseconomie de ambitie moeten hebben hierin een voortrekkersrol te
vervullen.
The proof of the pudding is in the eating
Onze kinderen zijn crimineel
Vrijwel iedere jongere beschikt over een MP3-speler en een telefoon met de mogelijkheid om
MP3’s af te spelen. Soms kopen ze muziek online, soms downloaden ze gratis muziek, soms
delen ze muziek met elkaar. Hoewel het merendeel van de liedjes op hun muziekspeler zonder
een licensie verkregen is, zijn er maar weinig ouders die hun kinderen daar op aanspreken. Niet
verwonderlijk, want diezelfde ouders vormden de jeugd van de jaren ’70 en ’80 die liedjes op
hun TDK SA-90’s opnamen.
Dit verschijnsel leidde in het verleden tot het ontstaan van de Thuiskopieregeling (geregeld via
artikel 16 van de Auteurswet), waarbij men een heffing betaalde op ieder leeg cassettebandje.
Maar er is veel veranderd sinds de jaren ’70.
Een nummer opgenomen van de radio werd steevast aan het begin verstoord door het praten
van de diskjockey, en de kwaliteit van de grammofoonplaat was beter dan die van het
cassettebandje. Er was nog steeds voldoende reden om een
single te kopen voor 5 gulden, enhet opgenomen nummer diende daarvoor in de praktijk voornamelijk als promotiemateriaal.
Daarnaast gaf het kopen van een nummer een gevoel van verbondenheid met (het imago van)
de artiest en zijn of haar schare fans. Hoewel als argument voor invoering van deze regeling de
bescherming van de artiest werd aangevoerd, kunnen we achteraf concluderen dat de
opbrengsten van de totale industrie in deze periode slechts voor een klein deel daadwerkelijk bij
die artiest terecht kwam. Je zou kunnen betogen dat de regeling op oneigenlijke gronden is
ingevoerd en diende ter bescherming van een bedrijfstak waarvan het zakelijk model onder vuur
lag. Als de branche werkelijk begaan was met de artiesten, had men ook een andere
verdeelsleutel in de opbrengsten kunnen kiezen en de cassettebandjes kunnen accepteren als
middel om een gratis monster van hun product te verspreiden, net zoals de radio deed.
De digitale revolutie heeft veel veranderd: de kwaliteit van de kopie is gelijk geworden aan het
origineel. Toch blijft er nog een belangrijk argument over om een nummer te kopen: het gevoel
van verbondenheid met de artiest, zijn imago en andere fans. Dit sociale aspect kan juist bij
jongeren, een groot deel van de markt, een grote rol spelen.
Maar ook de structuur van de distributieketen is daardoor veranderd, en daarmee de kostprijs.
Een artiest kan voor enkele duizenden euro’s een professionele studio thuis inrichten, dat is wat
anders dan de 3000 gulden per dag die men betaalde bij de beroemde Wisseloord Studio’s
(sinds 2009 failliet). Fysieke geluidsdragers inclusief hoes hoeven niet meer te worden
geproduceerd. Promotie via een platenmaatschappij (advertenties, een
plugger) is door deopkomst van weblogs en sociale media ook geen vereiste meer. Een fraai voorbeeld van eigen
bodem is Esmee Denters, die via YouTube wereldwijde bekendheid verwierf. En retail-locaties
om het product bij de consument te brengen, toch altijd goed voor zo’n 35% van de
consumentenprijs, zijn ook niet noodzakelijk meer, evenals het transport daar naartoe. Al met al
heeft een artiest weinig reden meer om een contract aan te gaan met een platenmaatschappij.
Wederom zien we deze bedrijfstak waarvan het zakelijk model onder vuur ligt door het
wegvallen van de toegevoegde waarde, die nu het voortouw probeert te nemen bij aanpassing
van de wetgeving. Maar nu is nog duidelijker dat dit niet in belang van de artiest is: die is gebaat
bij een zo laag mogelijke prijs voor de consument om een zo groot mogelijke verspreiding te
bereiken. In die prijs past de platenmaatschappij simpelweg niet meer.
Het verminderen van argumenten om een originele licensie van een nummer te kopen, valt
voor de artiest dus gelukkig samen met een aanzienlijke kostendaling en de mogelijkheid het
heft in eigen hand te nemen. Hiermee kan muziek voor een lagere prijs onder een grotere
groep worden verspreid en de opbrengst weer daadwerkelijk bij de artiest terecht komen. Als
een
fan weet dat met een aankoop voornamelijk de artiest wordt gesteund, zal deaankoopbereidheid verder groeien. Community-vorming op internet kan het gevoel van
verbondenheid met de artiest, zijn imago en andere fans verder doen toenemen.
De eerste grote ontwikkelingen op dit gebied zijn al waar te nemen: musici die als individuele
artiest via TuneCore.com hun werk aanbieden via digitale winkels zoals iTunes, Amazon
etcetera. Een prijsdaling van 5 gulden in 1979 voor een single, naar een prijs van ca. 1 euro in
2009 voor een nummer in iTunes. Marco Borsato is Twitter-artiest van 2009 en heeft in korte
tijd al ruim 27.000 fans die hem volgen.
Toch zijn onze kinderen crimineel, en downloaden er maar op los. Net als de voorgaande
generatie die CD-R’s volschreven die zonder heffing uit Duitsland werden geïmporteerd en de
generatie daarvoor die er maar op los kopieerde op cassettebandjes voordat de
Thuiskopieregeling bestond. En de oorzaak? Die lijkt tweeledig: de prijs, en de beschikbaarheid.
De consumentenprijs wordt, afgaande op de vermeldingen in internet-winkels als iTunes, nog
steeds opgebouwd met daarin een deel voor een platenmaatschappij. De prijs zou zonder dat
deel nog veel lager kunnen zijn, zeker als je kijkt naar de netto opbrengsten van artiesten in het
verleden.
De commerciële distributie van digitale muziek laat nog te wensen over. Het populaire iTunes
levert muziek in AAC-formaat dat in de praktijk uitsluitend te beluisteren is op muziekspelers
van het merk Apple. Het laagste prijspunt waarvoor een nummer aangeboden
mag worden isdaar momenteel
€ 0,69, een snelle en gemakkelijke aankoop vereist een creditcard die hetovergrote deel van de Nederlandse jongeren niet heeft.
De kwaliteit, professionaliteit, gemak en acceptatie van andere MP3-muziekwinkels blijft hierbij
toch nog ver achter. Al zou je een nummer willen kopen, soms kan het gewoonweg nog niet.
Tegelijkertijd is er, langs de grenzen van de wet of daar net overheen opererend, een
laagdrempelig en gebruiksvriendelijk alternatief, dat bovendien gratis is.
Als de barrières voor de consument om een product te kunnen kopen zo duidelijk zijn, waarom
zet de industrie zich dan niet in om de digitale distributie te verbeteren van de werken van ‘hun’
artiest, in plaats van te ijveren voor een downloadverbod? De verklaring is simpel: in het nieuwe
distributiemodel spelen zij uiteindelijk geen rol meer. De politiek zou derhalve ook niet de
wetgeving voor de toekomst moeten baseren op bedrijfsmodellen uit het verleden.
De huidige marktomstandigheden zijn uitstekend om ontwikkelingen ten gunste van artiest en
consument tot stand te laten komen, een onmogelijk te handhaven downloadverbod werkt
daarbij contraproductief en zal generaties onnodig criminaliseren.
Filmpje pakken
Toen Michael Jackson overleed, was er een onverwacht grote vraag naar zijn muziek. Ook de
films waarin hij speelde kregen nieuwe belangstelling, zoals The Wizard of Oz. Maar voor wie
deze film wilde zien, was het in de praktijk vrijwel onmogelijk deze te bemachtigen via de
reguliere kanalen. Diverse videotheken hadden de film al jaren niet meer in het assortiment,
ketens zoals Free Record Shop zeiden uitverkocht te zijn, en online winkels als bol.com gaven
een geschatte levertijd van 6 tot 8 weken. Het enige alternatief om de film te kunnen zien, was
een kopie downloaden van het internet.
Een film huren of kopen in Nederland vereist nog altijd een reis naar de videotheek of winkel
binnen de door hen bepaalde openingstijden, of het wachten op een pakketdienst met een
levering van een online winkel. Dit sluit niet meer aan bij de behoefte van de consument die per
definitie zoekt naar gemak en snelle levering. De huidige distributiekanalen in Nederland kunnen
dit niet bieden, het als illegaal benoemde downloadalternatief wel.
In de Verenigde Staten is dat wel anders. Hoewel Wallmart, goed voor een marktaandeel van
40% in retail DVD-verkopen, daar filmmaatschappijen heeft gedreigd de verkoop van hun titels
te staken als ze ook online films zouden gaan verkopen, hebben een aantal maatschappijen de
stap toch gezet. In 2006 kondigden Disney, Pixar, Touchstone en Miramax Movies aan hun titels
online te gaan verkopen via iTunes, waardoor consumenten een film online kunnen kopen en
direct kunnen zien. In de eerste week verkocht Disney al 125.000 films, in minder dan twee
maanden werden bijna een half miljoen films van Disney verkocht. Hiermee werd duidelijk
voorzien in een behoefte van de consument.
Toch is dit distributiekanaal in Nederland enkele jaren na de introductie in de Verenigde Staten
nog niet op enige schaal beschikbaar gekomen, terwijl de techniek al bestaat en Nederland over
een uitstekende breedband infrastructuur beschikt. De reden is simpel: filmmaatschappijen
hebben de distributie buiten de Verenigde Staten veelal exclusief uitbesteed aan lokale
distributeurs. Die leveren aan bioscopen, videotheken en retailbedrijven. Online verkopen
vereisen geen lokale distributie, die zou zelfs rechtstreeks van de filmmaatschappij aan de
consument kunnen plaatsvinden. De distributeurs houden logischerwijs vast aan hun
distributierechten (met steun van hun klanten), en belemmeren hiermee het tot ontwikkeling
komen van legale online levering van films. De branche voorkomt hiermee zelf het ontstaan van
een gemakkelijk, snel en legaal alternatief dat aansluit bij de behoeften van de consument.
De markt moet ook hier het werk gaan doen. Als er een legaal alternatief is met optimaal
gebruiksgemak, hoge kwaliteit, snelle levering en een aantrekkelijk prijspunt zal gezien de
ervaringen in de Verenigde Staten ook in Nederland een aanzienlijk deel van de consumenten
hier gebruik van maken. De branche heeft dit helemaal zelf in de hand, en de overheid hoeft
niet op te treden met een downloadverbod om een achterhaald distributiemodel in stand te
houden. Ook niet als dat misschien leidt tot een afname van BTW-inkomsten door levering via
internet vanuit het buitenland.
Bekend deuntje
In 2008 bracht de band Coldplay het album Viva la Vida uit, een album dat de aandacht trok
omdat het binnen een week de platina-status behaalde. De Amerikaanse band Creaky Boards
klaagde Coldplay aan omdat ze een deel van het nummer "The Songs I Didn’t Write” zouden
hebben gebruikt. Ook de gitaarlegende Joe Satriani klaagde ColdPlay aan omdat ze delen uit zijn
nummer “If I Could Fly” zouden hebben gebruikt, een aanklacht die hij in 2009 na een schikking
weer liet vallen. Cat Stevens beschuldigde hen in 2009 ervan werk van zijn plaat 'Foreigner
suite' te hebben gebruikt voor de hit “Viva la vida”. In 2010 werd Coldplay voor de vierde keer
beschuldigd, een onbekende producent beweert anderhalf jaar na het uitkomen van het album
dat ze de nummers “Yellow”, “Clocks” en “Trouble” van hem gestolen zouden hebben. Men
zou zich kunnen afvragen of Coldplay nog tijd heeft voor het maken van muziek.
De Belgisch wetenschapsjournalist Koen Vervloesem heeft het fenomeen onderzocht, en komt
tot de volgende stelling:
“Eenvoudige melodieën kunnen toch door meerdere personen ontdekt worden, net zoals
wetenschappelijke ontdekkingen dikwijls door verschillende onderzoekers onafhankelijk van
elkaar gevonden worden. Newton en Leibniz ontwikkelden onafhankelijk van elkaar de analyse,
maar vulden het op hun eigen manier in. Zouden Madonna en Acquaviva niet onafhankelijk van
elkaar deze vier maten kunnen bedacht hebben en op hun eigen manier ingevuld en verder
uitgewerkt tot twee verschillende nummers?” (…) “Het lijkt me heel normaal dat riffs en
baslijnen wel eens zonder het te weten heruitgevonden worden, zeker als je veel naar muziek
luistert en al die melodieën in je onderbewustzijn rondfladderen.”
Postuum populair
In 1937 bracht de Duitse componist Carl Orff de Carmina Burana uit, een muziekstuk waarvan
de teksten werden ontleend aan een dertiende eeuws handschrift (Codex Burana) dat in 1803
in München werd gevonden, inclusief moeizaam ontcijferbare neumen, een voorloper van het
notenschrift. De componist overleed in 1982.
In 1995, dus 13 jaar na zijn overlijden en 58 jaar na de eerste uitvoering, werd er door Red
Bullet met succes een house-bewerking van het deel “O Fortuna” gemaakt. De erven verzetten
zich tegen de bewerking van het stuk en Stemra startte een succesvolle procedure om het
nummer uit de winkels te krijgen. De erven maakten zich geen zorgen om de financiën, maar
om de aantasting van het originele werk. Men beriep zich dan ook op het persoonlijkheidsrecht.
De auteur werd in deze door de wet niet beschermd, het waren zijn erfgenamen die meenden
namens hem te moeten optreden. Wat zou Carl Orff zelf van mening zijn geweest als hij
hoorde dat zijn creatie van 58 jaar geleden in bewerkte vorm plotseling bij een groot jong
publiek zeer populair werd? Zelfs als hij iemand bij testament of codicil had aangewezen zijn
persoonlijkheidsrechten te beschermen, is er een kans dat hij een decennium later er heel
anders over had gedacht. Wij zullen het nooit weten, maar zijn erfgenamen ook niet.
Muzikale collage
Sinds enkele jaren is het maken van zogenaamde mash-ups in opkomst, waarmee men met het
door elkaar draaien van een aantal muzieknummers komt tot een geheel nieuwe creatie.
Omdat hierbij gebruik wordt gemaakt van stukjes van bestaand werk, leidt dit tot heftige
discussies over auteursrechten. Omdat deze nieuwe kunstvorm steeds grotere vormen
aanneemt en de auteurswet hier nog niet op is toegesneden, is aanpassing van de wet –
bijvoorbeeld het citaatrecht- wenselijk.
King of Debt
Toen Michael Jackson in 2009 onverwacht overleed, liet hij een schuld achter waarvan
schattingen variëren tussen de 200 en 500 miljoen dollar. Gelukkig krijgen de erfgenamen nog
inkomsten uit de door hem gemaakte nummers, waardoor schuldeisers kunnen worden betaald
en zijn kinderen verzorgd achterblijven. Daarnaast had hij samen met Sony de rechten om
onder andere nummers van de Beatles uit te geven en zou dus nog inkomsten uit royalties
krijgen. De verwachting is dat de bijzonder complexe afwikkeling van deze erfenis 10 jaar in
beslag neemt.
Dat erfgenamen de kans moeten krijgen tot een dergelijke afwikkeling te komen, lijkt hiermee
wel duidelijk. Maar hoe zit het na die periode van 10 jaar? Is het redelijk dat erfgenamen nog 70
jaar de vruchten plukken van de creatie van een ander die toevallig familie is, en het gebruik,
verspreiding, bewerking, een
cover of het maken van ander afgeleid werk nog in de weg staan?Anderzijds, zou het redelijk zijn als de complete opname van de originele artiest werd
gedistribueerd na deze periode en uitsluitend de distributieketen er nog van zou profiteren? Een
verdere differentatie in wetgeving zou uitkomst kunnen bieden, maar nadat in 1995 de
Europese Unie het auteursrecht heeft verlengd van de eerder in de Berner Conventie
overeengekomen 50 jaar tot 70 jaar na de dood van een auteur lijkt deze ontwikkeling in een
tegengestelde richting te gaan.
In auteursrecht kan je niet wonen
Een burger die een bouwwerk door een architect laat ontwerpen, realiseert zich niet snel dat
ook een architect auteursrechten en persoonlijkheidsrechten heeft. Sterker nog, architecten
hebben beeldrechten op afbeeldingen van het gebouw als dit niet aan de openbare weg staat.
Architecten kunnen zich tot de Hoge Raad verzetten tegen de sloop van een pand omdat dit
aantasting of verminking van een gebouw zou zijn, zoals architect Jelles deed bij het Wavingebouw
in Zwolle. Iemand die een gebouw laat ontwerpen door een architect en daar
gemiddeld 10% van de bouwsom voor betaalt, is daarmee dus nog niet van de architect af.
Dit betekent dat als er de wens ontstaat een wijziging aan het gebouw door te voeren (een
uitbouw, een extra deur, een extra verdieping) men goedkeuring moet krijgen van de
oorspronkelijke architect. Deze kan bezwaar maken omdat dit in de ogen van de architect tot
een misvorming of verminking leidt die zijn reputatie zou kunnen aantasten. Het bezwaar moet
wel redelijk zijn, maar dat kunnen architect, eigenaar en rechter verschillend beoordelen.
In de praktijk leidt dit tot een verplichte gang naar de oorspronkelijke architect indien men een
wijziging aan een gebouw wil doorvoeren. Men kan gebruik maken van een ontwerp van een
andere architect, maar daar moet de oorspronkelijke architect dan wel zijn goedkeuring aan
verlenen. Doet die dit onverhoopt niet, moet de andere architect opnieuw gaan tekenen,
hetgeen extra kosten met zich meebrengt. Deze machtsverhoudingen leiden in de hedendaagse
praktijk nogal eens tot gedwongen winkelnering.
Foto: Joop Duiker
Hoe origineel is een architect? Er is altijd in meer of mindere mate sprake van het citeren uit de
geschiedenis van de architectuur, het is altijd terug te brengen tot een afgeleide van eerder
werk. Rechtszaken tussen architecten onderling om hun auteursrechten te bevechten zijn dan
ook een grote uitzondering, er is altijd wel een voorbeeld te vinden waaruit blijkt dat het werk
toch niet zo origineel was als de architect zelf dacht. Het fundament onder het auteursrecht van
de architect is zwak, het effect op de markt en ontwikkeling onwenselijk.
Samenwerken en delen
De komst van het internet leidt meer en meer tot het ontstaan van een netwerk-maatschappij
en netwerk-economie, een ontwikkeling die niet meer te stoppen is. Binnen deze nieuwe
structuur is het gebruikelijk samen aan iets te werken (waarvan Wikipedia een bekend
voorbeeld is) en dingen meer met elkaar te delen om gezamenlijk tot een beter eindresultaat te
komen (bijvoorbeeld via een Creative Commons licensie, op basis van open inhoud of binnen
het publieke domein).
Het auteursrecht is hier nog niet op ingericht. Dit is er nog op gericht de auteur het exclusieve
recht op verspreiding te geven, zodat hiermee onder andere de kosten van verspreiding kunnen
worden gedekt. Nu verspreiding van tekst, kunstuitingen en wetenschap gratis en optimaal kan
plaatsvinden via het internet, is een deel van de legitimatie hiervoor ook verdwenen.
Het auteursrecht kan momenteel zelfs zo functioneren, dat het tegen een auteur werkt en
verspreiding van werken belemmert. Wie een wetenschappelijk artikel schrijft, is voor de
waardering daarvan afhankelijk van verwijzingen naar dit artikel. Er zijn slechts een handvol
tijdschriften die deze verwijzingen op erkende wijze registreren, en de auteur moet dus met hen
zaken doen. Eerste eis van deze uitgevers is dat men afstand doet van het auteursrecht. Dit
betekent in de praktijk dat als men de tekst ook op een eigen website wil zetten of zelf wil
verspreiden onder belangstellenden (zoals studenten) men verplicht is een vergoeding te
betalen aan de uitgever voor gebruik van het eigen artikel. Door de informatietechnologie is het
door de uitgever in kaart brengen van verwijzingen een relatief eenvoudig werk. Hierdoor
wordt het delen van kennis beperkt en geniet de uitgever inkomsten die niet in verhouding
staan met de geleverde tegenprestatie.
Als we bij Sesamstraat onze kinderen al leren samen te werken en te delen, moet (de
uitwerking van) wetgeving dit niet automatisch in de weg staan.
De enige echte
Het merkenrecht beoogt primair te voorkomen dat er producten op de markt verschijnen die
dusdanig slecht te onderscheiden zijn van een eerder op de markt gebrachte product, dat bij de
consument de suggestie wordt gewekt dat men daadwerkelijk het eerste product koopt.
Fabrikanten mogen zich ook niet bedienen van tactieken om die verwarring te bewerkstelligen.
Als de consument het authentieke product wil, moet deze niet zonder het in de gaten te
hebben iets anders kopen. Bedrijven willen op hun beurt niet de imagoschade ondervinden van
een inferieur product van een ander dat te verwarren is met hun product. Tot zover de uitleg
waarin vrijwel iedereen zich kan vinden, waarbij misleiding van consument centraal staat.
Doordat ook bijvoorbeeld kleuren en vormen afzonderlijk in het merkenrecht kunnen worden
vastgelegd, spelen de discussies over het merkenrecht zich nogal eens op een geheel ander
niveau af en lijkt het verwarringsgevaar daarbij voor de gemiddelde consument niet aanwezig.
Fris
In 2006 verhoogde Coca Cola de prijzen van hun product aanzienlijk met 40%, gevolgd door
een prijsverhoging van tussen de 3% en 8% in 2007. De website Nu.nl tekende de verklaring
van de woordvoerder van Coca Cola op: “Deze prijs past bij een A-merk dat Coca Cola is”. De
negatieve publiciteit die hier uit voortvloeide en het verschuiven naar een hoger prijssegment,
gaven ruimte aan andere merken.
Eén van die merken was First Choice van SuperUnie, dat hierdoor in deze periode voor een
relatief laag prijsniveau een kwalitatief goede cola in de markt kon zetten. Het succes van First
Choice is niet onopgemerkt gebleven bij Coca Cola.
Sinds 2007 verzet Coca Cola zich tegen het gebruik van het logo van First Choice en het
gebruik van de vorm van de fles omdat dit verwarring bij de consument zou kunnen
veroorzaken. SuperUnie ziet dit gevaar van verwarring gezien de verschillen niet, hetgeen er toe
heeft geleid dat Coca Cola eind 2009 naar de rechter stapte.
Geaccepteerd en kennelijk onderscheidend: Roodmerk
koffie
Verwarrend voor de consument?
Geaccepteerd: pure en melkchocolade Wereldberoemd sinds 1886, wie ziet het verschil?
Dat Coca Cola omzetverlies heeft geleden door de opmars van First Choice lijkt waarschijnlijk,
maar dat dit is veroorzaakt door verwarring onder consumenten in plaats van het gevoerde
prijsbeleid lijkt zeer onwaarschijnlijk. De verschillen zijn nog dusdanig groot, het authentieke
beeldmerk van Coca Cola dusdanig bekend, dat men vraagtekens kan zetten bij de
verstandelijke vermogens van de consument die zich hierin desondanks vergist. Het heeft er dan
ook schijn van dat het merkenrecht wordt gebruikt om een strijd op een ander terrein uit te
vechten. SuperUnie is naast concurrent ook afnemer van Coca Cola en heeft een marktaandeel
van ca. 35%.
Magenta
In 2007 viel er bij het Zwolse computerbedrijf Compello en de radiozenders Slam FM en 100
procent NL een sommatie op de mat van T-Mobile. Deutsche Telecom, het moederbedrijf van
T-Mobile, had de kleur magenta laten registreren bij het Europees Merkenbureau, en wilde
verhinderen dat anderen deze kleur nog zouden gebruiken in uitingen. Magenta is notabene één
van de primaire kleuren voor drukwerk, en de sommaties van T-Mobile gingen dusdanig buiten
de eigen sector dat het direct duidelijk was dat men er niet op uit was verwarring bij de
consument te voorkomen. Een storm van kritiek was het gevolg, en de protestsite
Freemagenta.nl werd opgericht. Ondanks de kritiek werd in 2008 weer een ondernemer
gesommeerd het gebruik van de kleur magenta te staken.
Ondernemingen kunnen door de ruime criteria momenteel het merkenrecht aangrijpen voor
andere belangen dan het vermijden van verwarringsgevaar. Hoewel de rechter soms al ingrijpt
(zoals het verlies van KPN van het alleenrecht op gebruik van de kleur groen) zou het nuttig zijn
als het merkenrecht dit al op voorhand beter uitsluit. Dit beschermt ook beter nieuwkomers in
de markt tegen claims van grote ondernemingen, die met dit instrument een poging zouden
kunnen doen met de dreiging van juridische kosten hen buiten de markt te houden.
Octrooien als stop op innovatie
Zoals eerder geschetst was het oorspronkelijke doel van octrooien tweeledig: enerzijds
uitvinders de mogelijkheid te geven hun vinding wereldkundig te maken zodat anderen er op
kunnen voortbouwen, en anderzijds hen de mogelijkheid te geven hun investeringen te gelde te
kunnen maken.
Wereldkundig maken
Octrooien worden aangevraagd en na verlening ingeschreven in het register. Het register is tot
heden in de praktijk vrij lastig doorzoekbaar en bruikbaar. Reden voor Syntens om workshops
te organiseren om belangstellenden op weg te helpen, maar die workshops werden in het
verleden ook geannuleerd wegens gebrek aan belangstelling.
Op 20 januari 2010 laat het NL Octrooicentrum weten per 25 januari met een nieuwe
applicatie te komen waarmee op een flink aantal punten een verbetering wordt gerealiseerd. Zo
hoeft men niet meer in te loggen, er ontstaat een mogelijkheid van deeplinken, er kan gebruik
gemaakt worden van een RSS-feed en de zoekmogelijkheden zijn verbeterd. Een positieve
ontwikkeling om met belangstelling te volgen, die helaas tot 2010 op zich heeft laten wachten.
Zoals Henry Ford al zei: “If I had asked people what they wanted, they would have said faster
horses”. De consument had nooit om een auto gevraagd als deze er nog nooit eentje had
gezien. Dit maakt het belang duidelijk van het wereldkundig maken van vindingen en een goede
kans krijgen om tot ontwikkeling te komen, zodat de maatschappij uiteindelijk de kans krijgt het
te benutten.
Ook als een uitvinder zelf geen heil ziet in het doorontwikkelen of in productie brengen van een
vinding omdat deze persoonlijk inschat dat de markt daar geen interesse in heeft, kan deze
negatieve inschatting de ontwikkeling al remmen. Ook hier maakt onbekend onbemind. Een
fraaie historische uitspraak die het slechte inschattingsvermogen van de mens in dergelijke
gevallen duidelijk maakt is van Henry Morton, president van het Stevens Institute of Technology,
over de gloeilamp in 1880 “Everyone acquainted with the subject will recognize it as a
conspicuous failure.”.
Voortbouwen
Niet iedere octrooihouder heeft er direct belang bij een vinding toe te passen of voor een
acceptabele prijs in licensie te geven aan een ander. Om dit te illustreren het hypothetische
voorbeeld van een oliemaatschappij die een octrooi heeft op een techniek om duurzaam
energie op te wekken. Als deze techniek succesvol op grote schaal zou worden toegepast, kan
er op termijn minder vraag ontstaan naar de eigen producten. Minder vraag leidt tot een lagere
prijs, en dat kan weer leiden tot het moeten afwaarderen van voorraden op de balans.
Winstwaarschuwingen zouden kunnen volgen, de koers van het aandeel gaat omlaag, men
wordt een overnameprooi. In een kwartaalgedreven bedrijf met een Angelsaksische
bedrijfscultuur, zoals bijna iedere multinational, is dat de nachtmerrie van iedere CEO.
Shell kondigde in maart 2009 aan te stoppen met investeringen in zonne- en
windenergie. In de vijf voorgaande jaren pleegde men 112 miljard dollar aan
investeringen, waarvan 1,7 miljard dollar (1,5%) in duurzame technologie. In dezelfde
periode investeerde men 6,8 miljard dollar in de Canadese teerzandwinning, en plande
volgens schattingen investeringen daarin tussen 21 en 30 miljard dollar voor de jaren
daarna. Onderdelen van Shell beschikken over diverse octrooien op het gebied van
hernieuwbare energie.
Als een belangrijke pijler voor het octrooisysteem is dat anderen op basis van een middels
octrooi wereldkundig gemaakte vinding kunnen doorontwikkelen. In het huidige octrooisysteem
is het mogelijk een octrooi aan te vragen op een heel klein technisch onderdeel van iets dat
uiteindelijk deel uit kan maken van een werkend product voor een eindgebruiker. Zo kan dit
product een optelsom zijn van tientallen onderdelen waarop octrooi is verleend, en als men
met één partij niet tot overeenstemming kan komen kan het product voor de eindgebruiker
niet tot ontwikkeling komen.
Kennis kan leiden tot een bepaalde werkwijze, een proces, een volgorde van handelingen. Deze
volgorde van handelingen zou in sommige gevallen zelfs kunnen worden “vastgelegd”: denk aan
het onthouden van hoe een kraan open gedraaid moet worden, denk aan het muziekboek van
een draaiorgel, de bewegingen van een robot of een serie programmaregels in software. Een
octrooi op dergelijke processen die voortkomen uit kennis staat doorontwikkelen juist in de
weg.
Te gelde maken
Wie een nieuwe vinding op de markt brengt, moet er niet aan denken dat er binnen enkele
maanden een goedkope kopie in de winkel ligt. Met de deskundigheid en productiecapaciteit
die in een land als China beschikbaar is, is dit niet ondenkbeeldig. Als het namaak-product als
twee druppels water op het origineel lijkt en verwarring onder consumenten waarschijnlijk is,
kan een inferieure kwaliteit van de kopie zelfs negatief uitpakken voor de acceptatie van de
vinding in de markt. Deze argumentatie wordt in brede kring gezien als aanvullende legitimatie
voor het octrooisysteem, maar heeft meer overeenkomsten met de bezwaren die gelden bij
piraterij van auteursrechtelijk beschermd materiaal, plagiaat en het merkenrecht. Dat de
consument de authenticiteit van een product moet kunnen vaststellen is buiten kijf, en ook het
credo “ere wie ere toekomt” is algemeen geaccepteerd als zijnde rechtvaardig. Maar een
octrooisysteem is hiervoor niet het juiste instrument.
Een uitvinder moet de kans krijgen zijn investering in research en development (plus wat winst)
terug te verdienen. Een octrooi biedt die kans, en zou in die zin onderzoek en ontwikkeling
kunnen stimuleren. Toch blijft een aanzienlijk deel van de octrooien om uiteenlopende redenen
20 jaar ‘op de plank liggen’ of het komt het eigen bedrijf of laboratorium niet uit. Men kiest er
zelf voor het niet op grotere schaal in productie te gaan nemen, men maakt het onvoldoende
wereldkundig, of men biedt (al dan niet om strategische redenen) licensies aan voor prijzen die
de markt niet wil of kan betalen. Men kiest er zelf voor de investering in research en
development niet terug te verdienen, en belemmert tegelijkertijd een ander een vergelijkbaar
product op de markt te brengen. Men kan het zelfs aanvechten als een ander toevallig op
hetzelfde idee komt, wat gezien het groot aantal patenten en de in onze maatschappij
aanwezige kennis niet onwaarschijnlijk is in een periode van 20 jaar.
Met een octrooiduur van 20 jaar heeft een uitvinder weinig aanmoediging om een vinding snel
op de markt te brengen, en daarmee op grote schaal bekend te maken bij het publiek, waarna
de maatschappij er echt van kan profiteren. Twintig jaar is gezien de snelheid van ontwikkeling in
de hedendaagse maatschappij een lange periode. Ter illustratie: in 1990 bracht Microsoft
Windows 3.0 op de markt en werd de negende editie van de Grote Winkler Prins
Encyclopedie nog uitgebracht.
De relatie tussen de huidige octrooiduur van 20 jaar en het kunnen terugverdienen van een
investering is, mede gezien het tot 2008 daarnaast nog bestaande octrooi van 6 jaar,
twijfelachtig.
Op koers voor innovatie
Concluderend valt te stellen dat de huidige wetgeving op het terrein van intellectueel eigendom
in Nederland innovatie belemmert, slecht aansluit bij de nieuwe distributiekanalen en de zich
ontwikkelende netwerkeconomie.
Charles Leadbeater beschrijft in het boek We-Think zijn toekomstbeeld als volgt:
“Open modellen zullen het meest dynamisch en wendbaar blijken en nieuwe en
spannende manieren cree
̈ren om te innoveren, te werken, te consumeren en leiding tegeven. Open modellen zullen de grootste aanzuigende werking hebben en traditionele,
gesloten organisaties naar zich toe trekken. Toch kan We-think zichzelf economisch
gezien niet bedruipen op basis van vrijwilligerswerk. Wie dat probeert zal het zelfde lot
ondergaan als de communes in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hoewel We-think tot
krachtige nieuwe samenwerkingsbenaderingen van werk en innovatie leidt, is het
gebaseerd op modellen van gezamenlijk eigendom die een gemengde staat van dienst
hebben. Tussen de volledig open modellen op basis van vrijwilligerswerk aan de ene kant
van het spectrum en de klassieke gesloten onderneming aan de andere kant, ligt een
enorm middenveld open, waar nieuwe hybriden zullen verschijnen, die een combinatie
vormen van open en gesloten, community en onderneming, samenwerking en
commercie.”
Nieuwe wetgeving zou in dit beeld niet uitsluitend ten dienste moeten zijn van klassieke
gesloten ondernemingen, maar juist een voedingsbodem moeten zijn voor het ontstaan van het
middenveld waarover hij spreekt.
Naast de huidige negatieve uitwerking van octrooien zien we dat de op twee na grootste
economie ter wereld, China, patenten en octrooien nauwelijks erkent. Hierdoor krijgt deze
sterk groeiende economie een voorsprong die zowel in innovatie als kennisontwikkeling tot
uitdrukking komt. Doordat één van de belangrijkste productielanden ter wereld octrooien
beperkt erkent, is het onvermijdelijk dat de toekomstige waarde van een octrooi heel gering of
zelfs niets zal zijn, de technologie en economische verhoudingen zullen simpelweg bepalen dat
dit gebeurt.
Hierdoor is het onvermijdelijk het huidige octrooisysteem in duur en reikwijdte af te bouwen.
Het is aan de overheid om er voor te zorgen dat dit proces zorgvuldig en integer verloopt.
De rode draad
• Ere wie ere toekomt: plagiaat is fout, namaakproducten waarvan de consument de herkomst
niet meer kan vaststellen zijn ongewenst, de maker verdient de eer.
• De huidige octrooiwetgeving remt innovatie
• De huidige octrooiwetgeving beperkt een goede marktwerking
Eén van de speerpunten van de NMa :
“het bewaken van marktwerking en toezicht houden op derandvoorwaarden die aan markten worden gesteld. Een concurrerende omgeving stimuleert innovatie
en geeft een impuls aan de concurrentiekracht van het bedrijfsleven. Bovendien draagt concurrentie
bij aan de optimalisering van de prijs-kwaliteitverhouding van goederen en diensten alsook aan een
efficiënte aanwending van (productie)middelen, wat weer ten goede komt aan de consument.”
• De duur van octrooien moet worden afgebouwd
• Het aantal zaken waarvoor een octrooi kan worden verleend moet worden afgebouwd. Het
zou moeten gaan om werkende prototypen en producten.
• De toetsing op octrooieerbaarheid van een vinding moet vooraf plaatsvinden, en niet in de
rechtszaal.
• Octrooien moeten eigendom zijn van natuurlijke personen, niet van rechtspersonen, en niet
overdraagbaar en slechts beperkt overerfbaar zijn. Dit past binnen een tendens van het gebruik
van bronnen van informatie van buiten een onderneming, het ontwikkelen van de
netwerkeconomie en binnen een verantwoorde en op hedendaagse wijze omgaan met
talenten.
• Het niet op enige schaal gebruiken van octrooien moet kunnen leiden tot vrijgeven
• Het Amerikaanse patentsysteem kent een reikwijdte en ontwikkeling die, ondanks de
internationale relaties, geen navolging of steun verdient.
• Plagiaat en piraterij zijn onwenselijk, het hergebruiken van kleine onderdelen om te komen tot
een geheel nieuwe creatie niet.
• Het auteursrecht zou alleen voor de auteur als natuurlijk persoon moeten zijn, niet
overdraagbaar en beperkt overerfbaar zijn(denk aan 10 jaar). Het persoonlijkheidsrecht
helemaal niet.
• Het citaatrecht dient in overeenstemming te worden gebracht met ‘fair use’, en meer
toegesneden worden op de praktijk op het internet en hedendaagse kunstvormen.
• Veel auteursrechtenschendingen komen voort uit (daadwerkelijke dan wel geveinsde)
onbekendheid met het auteursrecht. Op internet toegesneden wetgeving met voor burgers
begrijpelijke en redelijke grenzen (“ere wie ere toekomt”), brede overheidsvoorlichting
daaromtrent, en het in gang zetten van een denkproces bij auteurs over andere licensievormen
zoals Creative Commons, op basis van open-source of in het publieke domein is wenselijk.
• Niemand kan strafbaar zijn voor het gebruiken van zijn zintuigen: het bekijken of beluisteren
van een werk, maar wel voor het exploiteren van andermans werk. Een downloadverbod past
daar niet in.
• Regels moeten in algemene zin uitsluitend opgelegd worden als daar dringende noodzaak toe
is. De markt voor digitale verspreiding van media functioneert slecht, maar dit wordt niet
veroorzaakt door de wetgeving maar door de markt die vasthoudt aan verouderde
distributiemodellen. Er zijn voldoende mogelijkheden om de belangen van rechthebbenden in
een nieuw distributiemodel veilig te stellen. Een downloadverbod of internetbelasting om
indirect achterhaalde bedrijfsmodellen te beschermen of falende markten in stand te houden is
ongewenst en staat innovatie in distributie in de weg.
• De auteurswet mag uitsluitend dienen ter bescherming van de auteur, niet ter bescherming
van een bedrijfstak of (achterhaald) bedrijfs- of distributiemodel.
• Het ‘embedden’ van auteursrechtelijk beschermd materiaal op een website via een medium
dat dit actief mogelijk maakt, kan niet worden gezien als een nieuwe publicatie (denk hierbij aan
de wijze van toepassing zoals bij YouTube). Hierdoor wordt het delen van informatie, kunst en
kennis bevorderd.
• Het bestrijden van verspreiding van andermans werk kan pas actief plaatsvinden als de
rechthebbende een redelijk alternatief biedt om het legaal te verkrijgen. Er zal weinig begrip zijn
voor het vervolgen van het aanbieden van een film op internet, terwijl deze film niet op
redelijke wijze voor de consument via internet te koop is. Het buiten de geëigende kanalen
verspreiden van muziek in MP3-formaat is niet verwonderlijk als de artiest zelf uitsluitend het
stuk in een afwijkend formaat voor één merk muziekspeler aanbiedt via een winkel met
beperkte betaalmogelijkheden. Deze opstelling bevordert indirect innovatie in distributie.
• Het auteursrecht voor architecten zou moeten worden beperkt tot maximaal de garantieduur
van een bouwwerk, in de praktijk tussen 5 en 10 jaar. Een bouwwerk is enerzijds een resultaat
van vormgeving, maar heeft anderzijds een gebruiksfunctie. Dit is daarin een beter evenwicht.
• Bedrijven kunnen uitsluitend een beroep doen op het merkenrecht als er werkelijk sprake is
van misleiding van de consument, die moet de authenticiteit van een product nog kunnen
vaststellen. Een overeenkomstige kleur, vorm of lettertype alleen is dus niet voldoende, er moet
echt sprake zijn van een namaak-product (piraterij). Ook hier weer: plagiaat en piraterij is fout,
het hergebruiken van kleine onderdelen om te komen tot een geheel nieuwe creatie niet.
Regelgeving moet hierin duidelijker zijn om een rechtsgang te voorkomen, waarmee
nieuwkomers in de markt met beperkte (financiële) mogelijkheden ten opzichte van grote
gevestigde ondernemingen kunnen worden beschermd.
Addendum: denkrichtingen voor de toekomst
Binnen de thema-afdeling Economie zijn op persoonlijke titel een aantal oplossingen of
scenario’s geschetst voor de toekomst:
Marktplaats voor octrooien
De nieuwe netwerkeconomie biedt enorme kansen voor het octrooisysteem, door het
octrooiregister te laten werken als een marktplaats. Uitvinders moeten dan direct bij aanvraag
van een octrooi vermelden voor welke prijs men een vinding in licensie wil geven aan anderen,
gestaffeld in bijvoorbeeld een prijs bij 10, 100, 1.000, 10.000, 100.000 stuks, 1 miljoen, 5 miljoen
stuks etcetera. De prijs van het verwerven van een octrooi hangt vervolgens samen met de
hoogte van de licensiebedragen die men vraagt. Hoe meer men belemmert dat een ander de
vinding daadwerkelijk toepast, hoe duurder een octrooi wordt.
Hierdoor kunnen ook uitvinders die werken vanuit hun woonhuis een vinding gemakkelijk
registreren, bedrijven kunnen permanent het register op internet scannen op zoek naar goede
ideeën die passen in hun bedrijfsstrategie. Op basis van die informatie kan een bedrijf direct een
kostprijsanalyse maken en weet een bedrijf meteen of het rendabel het product op de markt
zou kunnen brengen. Vervolgens kan een direct contact tot stand gebracht worden tussen
uitvinder en onderneming, waarbij de uitvinder op basis van accountantsrapportages jaarlijks zijn
licensies in rekening kan brengen.
Hiermee bereikt men dat:
- Vindingen actief worden gedeeld
- Innoverende nieuwkomers in de markt een podium krijgen
- Ook het MKB en startende ondernemers op laagdrempelige wijze kunnen profiteren
van octrooien
- Bij redelijke licensieprijzen bedrijven bereid zullen zijn deze ook betalen, in plaats van
pogen het octrooi te bestrijden
- Bij redelijke licensieprijzen bedrijven bereid zullen zijn te erkennen gebruik te hebben
gemaakt van een vinding van een ander. Nu informeert men misschien niet vooraf naar
de licensieprijs omdat men geen slapende honden wakker wil maken om vervolgens te
worden geconfronteerd met een hoge licensieprijs. Transparantie met betrekking tot de
licensiebeprijzing voorkomt dat.
- Grote bedrijven zullen niet geconfronteerd worden met uitvinders die plotseling een
hogere licensieprijs rekenen op het moment dat zij met een grote onderneming van
doen hebben.
Niels de Vos
Kraakwet voor octrooien
Net zoals tot voor kort het gerechtvaardigd was een pand na langdurige leegstand te kraken,
zou er ook een mogelijkheid moeten zijn om een octrooi dat niet wordt gebruikt door de
octrooihouder te ‘kraken’. Hiermee kunnen onbenutte uitvindingen weer toevallen aan het
publieke domein.
Mark Sanders
Bronnen:
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
http://wetten.overheid.nl/BWBV0001016/geldigheidsdatum_19-01-2010#VertalingNL
, Overheid.nlJaffe, Adam B. en Lerner (2004) Josh
Innovation and Its Discontents, Princeton NJ USA, Princeton University PressLeadbeater, Charles (2008)
We-Think, London England, Profile BooksTapscott, Don en Williams, Anthony D. (2006) Wikinomics, How Mass Collaboration Changes Everything, Portfolio USA
Gaylor, Brett
Rip! A remix manifesto, http://www.ripremix.com/, EyeSteelFilmWikipedia
Octrooi, http://nl.wikipedia.org/wiki/Octrooi, Wikimedia Foundation, Inc.Knaap, Arjan van der (5-7-2007)
Weerstand tegen prijsverhoging Coca Cola, http://www.zibb.nl/10213252/Nieuws/Nieuwsbericht/Weerstandtegen-prijsverhoging-Coca-Cola.htm
Volkskrant (4-2-2006) Klanten boos over hoge prijs voor Coca-Cola
http://www.volkskrant.nl/economie/article209644.ece/Klanten_boos_over_hoge_prijs_voor_Coca-Cola
Nu.nl / ANP
Albert Heijn ruziet met Coca Cola http://www.nu.nl/economie/1243772/albert-heijn-ruziet-met-coca-cola.htmlDe Pers (16-12-2009)
Coca Cola beticht Superunie van merkinbreuk http://www.depers.nl/economie/361389/Coca-Cola-wil-af-van-First-Choice.html
Schutijser, Jeroen (8-1-2010)
First Choice-cola: wel of geen plagiaat? http://nos.nl/artikel/127727-first-choicecola-wel-of-geen-plagiaat.html • Nu.nl /ANP (1-11-2007) T-Mobile claimt alleenrecht op kleur magenta
http://www.nu.nl/economie/1297382/t-mobile-claimt-alleenrecht-op-kleurmagenta.html
• http://freemagenta.nl/• Ringelestijn, Tonnie van. Actiesite tegen claim van kleur magenta door T-Mobilehttp://www.bright.nl/actiesite-tegen-claim-van-kleur-magenta-door-t-mobile Bright.nl
• Block, Ryan (31-3-2008). Deutsche Telekom / T-Mobiledemands Engadget Mobile discontinue using the color magenta
http://www.engadget.com/2008/03/31/deutsche-telekom-t-mobile-demandsengadget-mobile-discontinue/
• Merkenbureau.nl (13-10-2008) KPN verliest recht op groen http://www.merkenbureau.nl/nieuws/?id=32&lang=nlApple.com (9-2006). “
Apple Announces iTunes 7 with Amazing New FeaturesAsterix en Obelix (50 BC), Uderzo/Goscinny (alle uitgaven).
Disney, Pixar, Touchstone & Miramax Movies Now Available on the iTunes Store”
http://www.apple.com/pr/library/2006/sep/12itunes7.html •AppleInsider.com (19-9-2006)
“Apple sells 125,000 movie downloads in first week”http://www.appleinsider.com/articles/06/09/19/apple_sells_125000_movie_downloads_in_first_week.html
AppleInsider.com (9-11-2006)
“Disney sells nearly a half million films through iTunes”http://www.appleinsider.com/articles/06/11/09/disney_sells_nearly_a_half_million_films_through_itunes.html
“Retail Blackmail - WAL-MART warns studios over DVD downloads”, NY Post, 22 september 2006
“Viva la Vida (single)”, Wikimedia Foundation, Inc.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Viva_la_Vida_(single)Nu.nl / Novum (4-5-2009)
“Cat Stevens beschuldigt Coldplay van plagiaat”, http://www.nu.nl/muziek/1958877/cat-stevens-beschuldigt-coldplayvan-plagiaat.html
Radio.nl (14-1-2010) “Coldplay weer aangeklaagd wegens plagiaat”
http://www.radio.nl/portal/home/q.entertainment/2010/01/149037.htmlVervloesem, Koen,
“Plagiaat of dezelfde inspiratie?” http://koan.filosofie.be/index.php?/archives/17-Plagiaat-of-dezelfde-inspiratie.htmlFrank, Prisca
“Carl Orffs Carmina Burana opnieuw in opspraak”, http://www.nopapers.nl/km/muz2/0/muze0052.htmlhttp://www.iept.nl/files/1992/IEPT19920224_Rb_Amsterdam_O_Fortuna.pdf
Jonathan D. Glater, “Jackson’s Estate: Piles of Assets, Loads of Debt” NY Times 26-6-2009,
http://www.nytimes.com/2009/06/27/business/media/27finances.html
Nugent, Helen and Johnston, Chris “
Michael Jackson had a mountain of debt to climb”,http://www.timesonline.co.uk/tol/news/world/us_and_americas/article6580755.ece
http://www.auteursrecht.nl/auteursrecht/pagina.asp?pagkey=22092
Cobouw, 13 november 2008, “Rechters worstelen met auteursrecht architecten”
http://www.bwtinfo.nl/bwti_com/ib3d6192aac12d00206c34751c2c67d50.php?tid1=1600&tid2=1645&kid=5662ed25088e668d32edf57f5c2d0c
2d&ds=&o=1
Judex.nl
Auteursrecht van de architect http://www.judex.nl/rechtsgebied/bouwen,_wonen_&_huren/zelf-een-huis-latenbouwen/artikelen/405/auteursrecht-van-de-architect.htm
Vollaard, Piet
“Korte cursus auteursrecht voor architecten” bijlage bij ArchiNed Opinie ‘ Copyright is for Losers’ 21 mei 2009Van den Bergen, Marina “Auteursrechtvergoeding en Architectuur” 23 september 2004
http://www.archined.nl/nieuws/auteursrechtvergoedingen-architectuur/
Rijksuniversiteit Groningen faculteit rechtsgeleerdheid
Wikipedia, het auteursrecht en het delen van kennis en cultuurhttp://www.rug.nl/Rechten/informatieVoor/alumni/activiteitenVoorAlumni/wsHoorn?lang=nl
Startendeondernemer.nl, “Patent information on line, pion”
http://www.startendeondernemers.nl/Begrippen/288_Patent_Information_On_Line,_PION.php
Nieuw octrooiregister NL Octrooicentrum, Ministerie van Economische Zaken Agentschap NL,
http://www.octrooicentrum.nl/index.php/Nieuws-2010/n-20100120-2.html
Pauw en Witteman 15 april 2009, interview met Jeroen van der Veer,
http://pauwenwitteman.vara.nl/Archiefdetail.113.0.html?&no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=6347&tx_ttnews%5BbackPid%5D=116&cHash=c6506a5cdb
NRC Handelsblad “Shell stopt met duurzame energie” maart 2009,
http://www.nrc.nl/economie/article2185747.ece/Shell_stopt_met_duurzame_energie
http://www.shell.ca/home/content/can-en/aboutshell/our_business/oil_sands/
Shell dieper in Canadese olie, Management Scope 31-7-2007,
http://managementscope.nl/nieuws/1-bedrijven/canades-olievelden-shellMarriot, Stockman and Kronick, BP AND SHELL: RISING RISKS IN TAR SANDS INVESTMENTS, 2008 Greenpeace UK
http://www.greenpeace.org.uk/files/pdfs/climate/RisingRisks.pdf
Bakker, C, Shell investeert miljarden in Canada, (2007) Het Financieele Dagblad
http://www.fd.nl/artikel/7370903/shell-investeert-miljardencanadaToekomstverkenning Prof.dr. W.J. de Ridder, januari 2010, TSM Nieuwjaarsevent
Met dank voor de informatie en medewerking van: Dennis Leeuw, Adriaan Ribbeling, Linda Carton, Olivier Oosterbaan, Bianca van den Brink,
Fulco Blokhuis, Mark Sanders, Michiel



word lid